Watersport

Watersport is een grote term voor alle sporten die in water beoefend worden. We kunnen alles in twee grote categorieën opdelen, namelijk vaarsporten en zwemsporten. We bespreken de voornaamste in dit artikel.

Roeien

Wie kent roeien niet. Een bootje met twee roeiriemen aan beide zijden van de boot. Hiermee stuw je de boot vooruit, door de riemen in synchrone beweging in het water te plaatsen. Je hebt hier wel heel wat armspieren voor nodig, het vergt dus heel wat vermogen. Het kan als sport alleen of in ploegverband gespeeld worden.

Kanovaren

Kanovaren kan je als eenmalige activiteit uitoefenen of in clubverband. Hier moet je je voortbewegen in een kano met een peddel. De vaarder zit dan met het gezicht in de vaarrichting. Hij zelf beweegt de peddel alleen voort.

Zeilen

Bij zeilen heb je wind nodig. De wind zal de boot voortbewegen. Je kan dan gebruik maken van een zeilschip, zeilboot of een surfplank. De kracht van de wind zal bepalen hoe snel je gaat en welke richting je uitvaart. Door de jaren heen hebben de boten en schepen een heuse transformatie ondergaan. De technieken en zeilen werden steeds beter. Moderne schepen kunnen beter tegen de wind in zeilen. De rompvorm en vorm van het zeil bepalen hier veel aan.

Surfen

Uit surfen zijn heel wat andere sporten ontstaan. Zoals windsurfen, wakeboarden, skateboarden en snowboarden. Als we surfing in het Engels bekijken, dan spreken we van ‘rijden op golven’. Door de kracht van de golven kan je van de branding naar het strand drijven. Hoe hoger de golven zijn, hoe sneller en wilder het kan gaan.

Eens de golven dichter bij de kust komen worden deze wilder. Aangezien er daar ondieper water is komen de golven naar omhoog. De surfer zal dan de steilheid van de voorkant van de golf gebruiken om snelheid te maken. D.m.v. verschillende bewegingen kan je je dan voortbewegen. Eerst lig je plat op de plank, om dan in volle vaart recht te staan en je een weg te banen naar de kust. Er bestaan ook tal van soorten surfplanken. Voornamelijk longboarder en shortboarders. Elke surfer heeft zijn eigen voorkeur.

Bij de zwemporten bestaan er ook enkele onderverdelingen.

Zwemmen

De meeste gekende is natuurlijk zwemmen. Deze kan je in zowat elk water uitvoeren. In een zwembad, vijver, rivier en zelfs in de zee. In de lagere school ga je wekelijks zwemmen. Zo leer je gewoon te worden aan het water en ga je spelenderwijs aan het zwemmen. Je kan dit recreatief blijven doen. Het is een zeer gezonde vorm van sport, want alle spieren van je lichaam zijn in werking tijdens het zwemmen. Mensen met overgewicht hebben hier veel baat bij, want zij ondervinden geen hinder van hun lichaamsgewicht.

Schoonspringen

Bij deze sport telt het in schoonheid springen vanaf een plank of platform. De hoogte van dat platform is vastgelegd op 1, 3, 5, 7 1/2 en 10 meter. De combinaties van salto’s en schroeven maken dit een mooie sport om naar te kijken. Op basis van uitvoering krijg je dan punten van een jury.

Duiken

Bij het duiken ben je voor langere tijd onder water. Met een ademluchtfles kan wel blijven ademen. Dit werd vooral beroepsmatig gedaan, maar nu kan je dit ook als hobby doen. Vooral op reis bij exotische bestemmingen kan je duiken en onder water platen en vissen bekijken. Als je ver in het water duikt kan je niet in één keer naar boven gaan. Je moet dan decompressiestops inbouwen tijdens het opstijgen.